Rugzaklopen

"alles wat je thuis laat is mooi meegenomen"

tips van: De Rugzaklopers
www.rugzaklopers.nl

 

De rugzak
Als je gaat kamperen heb je een rugzak nodig met een inhoud van tenminste 60 liter. Let er bij het kopen op dat hij goed past. Van belang: de lengte van de rug en de heupband. Zo doe je hem aan: eerst heupband goed vastzetten op de heupen (zoals je je handen op je heupen zet, dus een stukje over het heupbeen heen en niet in de taille!), daarna schouderbanden aantrekken en dan pas de spanbanden (voor de balans); de spanbanden moeten schuin omhoog staan vanaf de schouders. Let verder op het inpakgemak: een bredere rugzak heeft een ruimere opening. Het werkt erg handig om bij het inpakken van de rugzak stevige en afsluitbare zakjes (zelf te maken of te koop in de buitensportzaak) te gebruiken, liefst in meerdere kleuren. Je hebt dan je spullen beter georganiseerd en omdat je ermee kunt "proppen", houd je het volume zo klein mogelijk.

De tent
Ga je er vooral alleen op uit, dan verdient een kleine 2-persoons of 1-persoons tent de voorkeur (gewicht ca. 2 kg). Ga je met zijn tweeën, dan is de keus ruimer omdat het gewicht verdeeld kan worden. Wat is behalve gewicht en prijs belangrijk aan een tent? Hoeveelheid ruimte (lengte), dwarsslaper of lengteslaper, omvang luifel (om onder te koken), één of twee ingangen, ventilatiemogelijkheden, voor welke seizoenen geschikt, opzetgemak, zelfdragend of niet, binnentent af te breken terwijl buitentent nog staat, kwaliteit van de materialen? Enzovoorts. Persoonlijke voorkeur is erg belangrijk en de ideale tent bestaat niet!

Zitten
Comfort betekent gewicht meenemen. Zorg in elk geval dat je isolatiemateriaal hebt om op te kunnen zitten. Er is per meter dun celschuim te koop, dat je in je eigen gewenste maat kunt knippen en ook makkelijk kunt vouwen.
Opgevouwen is het een zitlap, uitgevouwen kun je het als extra isolatie gebruiken onder je slaapmat. Heb je een thermarest slaapmat en zie je er niet tegenop om een paar honderd gram meer mee te dragen, dan zijn er hoesjes met riempjes te koop waarmee je de mat kunt ombouwen tot stoel.

Slapen
Super lichtgewicht slapen (celmatras) = goedkoop = minder comfortabel = minder uitrusten.
Comfortabel slapen (thermarest) = duurder = zwaarder = goed isolerend = beter uitrusten.
Gewicht slaapzak, geschikt tot enkele graden vorst: van 1 kg (erg licht) tot 2 kg (zwaar).
Superlichtgewicht (dons) = relatief duur = gaat lang mee = klein pakvolume.
Kunststof = minder vochtgevoelig = meer volume.
Lakenzak: houdt de slaapzal schoon en zorgt voor extra warmte. In zijde = warm, licht. In katoen = duurzamer.
Slaapzak inpakken: rits open en "proppen". Dit spaart de rits en kwetsbare naden en levert het kleinste volume op.

Lopen (schoenen en sokken)
Sokken moeten goed passen en je voeten warm houden. Liever geen katoen (blijft lang nat). Persoonlijke voorkeur speelt een grote rol, bijv. of je wel of niet van twee lagen sokken houdt (met speciale binnensokjes).
Bij het lopen met een (zware) rugzak zijn stevige "berg"schoenen beslist noodzakelijk: ze voorkomen blessures en de voeten worden minder snel moe. Het is cruciaal dat ze goed zitten, neem dus de tijd voor het kopen en laat je goed adviseren, ook over het type schoen (te stug is bijv. niet goed als je vooral in Nederland gaat lopen). Loop er in de winkel uitgebreid op; somme winkels hebben ook een probeer-helling. Onderhoud je schoenen goed, tijdens een tocht is een half fotorolletje vet of was meestal voldoende. Je schoenen nemen overigens geen vet op als ze nat zijn (en dat komt nogal eens voor).
Reserveschoenen: alleen meenemen in gebieden waar je moet waden (buitensportsandalen of lichte, goedkope sportschoentjes).

Licht in de tent
Er zijn prachtige lampjes - als je veel in donkere tijden op stap bent is een hoofdlampje erg handig, het laat je handen vrij. Een waxinelichtje bij de tent brandt lang en weegt vrijwel niets. Denk wel aan het brandgevaar! Er zijn lichte kaarslantaarntjes en aluminium schermpjes voor kaarsen, die als windscherm dienen en het licht goed verspreiden.

Koken
Benzine- en petroleumbranders zijn bijna overal te gebruiken: (loodvrije) benzine is bijna overal te koop. Het gaat snel (hoge temperatuur), maar met benzine met je wel buiten de tent koken. Sommige van deze branders zijn voor verschillende brandstoffen (benzine, petroleum, diesel) geschikt.
Gasbranders zijn snel, maar op lange tochten zijn de blikjes een probleem (verkrijgbaarheid, gewicht en volume).
Spiritusbranders zijn langzaam (op methanol weer wat sneller) en redelijk veilig in de tent (onder de luifel) te gebruiken. Spiritus is redelijk goed verkrijgbaar. Er is keus tussen een brander, geïntegreerd met pannetjes (trangia) of een losse brander.
Van de branders heeft alleen een trangia geen afzonderlijk windscherm nodig. Het lichtste windscherm is het dikke aluminiumfolie, dat je om je brandstoffles wikkelt (van vouwen gaat het stuk).

Toiletspullen
Ervaren rugzaklopers weten dat een handdoek zwaar is, langzaam droogt en gaat stinken. Je kunt een forse gewichtsbesparing bereiken door "ballerina"doekjes mee te nemen (bij de supermarkt te koop); het is alleen even wennen om tussendoor je "handdoek" even uit te wringen ...
Er zijn ook speciale outdoor-handdoeken, die snel drogen.
Met een klein flesje vloeibare zeep kun je de was, de afwas en jezelf schoonhouden. Het loont verder om op zoek te gaan naar reisverpakkingen of monsters van tandpasta, etc.
Neem een licht plastic tasje als toilettas. Met een beetje goed wil kun je op toiletspullen 500 tot 1000 gram gewicht besparen!

EHBO
Uiteraard pleister, blarenpleisters en sporttape. Verder: jodium, een paar naalden, veiligheidsspelden (evt. met wat ijzergaren samen een naaisetje). Neem een goede pijstiller mee en afhankelijk van het seizoen iets tegen insectenbeten (tekentang!). Bedenk dat je energie verliest als je ergens last van hebt onderweg, dus druk kwalen en ongemak snel de kop in en neem zo mogelijk een iets hogere dosis dan je thuis gewend bent.

Losse spullen
Een folie reddingsdeken hoort standaard tot de uitrusting - helpt ook tegen extreme koude als extra deken.
Met reserve veters heb je ook een touwtje, een reserve scheerlijn kan als veter dienst doen. Sporttape is onmisbaar voor de meest uiteenlopende reparaties. Een hele rol is niet nodig, wikkel wat bijv. om een fotorolletje dat je al ergens anders mee hebt gevuld.

Lezen
Boeken zijn zwaar, maar je kunt niet zonder: zoek dan in de goedkope pocketseries naar een goede letter-gewicht verhouding.

Kaart en kompas
Je kompas zit in een broekzak of bungelt ergens aan je lijf. De kaart kan in een waterdichte kaartenhoes (duur), maar ook een 6 liter diepvrieszak volstaat meestal wel om de kaart droog en leesbaar te houden.

Fototoestel, verrekijker
Gewicht is hier een belangrijke factor; de lichtgewicht uitvoeringen hebben wat dat betreft de voorkeur. Deze attributen liever niet in de rugzak, maar bij de hand. Sommigen gebruiken daarvoor een apart tasje op de buik.

Drinken
Je veriest (zeker als het warm is) veel vocht, dat je aan moet vullen. Het makkelijkst om mee te nemen is water. Suikerhoudende dranken lessen de dorst minder en je kunt er geen thee van zetten. Een liter water is het minimum; bij warm weer moet je meer meenemen of onderweg kunnen aanvullen. Wees voorzichtig met water uit meren of rivieren; zorg voor een goede ontsmetting (middelen meenemen!) als er geen alternatieven zijn.

Eten
Eten is relatief zwaar; het is dus zaak om "lichtgewicht" maaltijden mee te nemen, die toch voedzaam zijn, want je hebt de energie wel nodig. Gedroogde producten verdienen de voorkeur: goed te bewaren en licht in gewicht. Een maaltijd met een korte bereidingstijd scheelt in brandstofgebruik. Het is handig als je thuis de maaltijden samen kunt stellen. Voorbeelden:
Ontbijt: hardkeks, crackers of brood met zoet of hartig beleg, of muesli met havermout en melkpoeder.
Lunch: hardkeks, crackers of brood met zoet of hartig beleg, kopje soep of chocolademelk.
Avond: kant- en klaarmaaltijden uit de supermarkt (pasta, boerenkool, etc.) zijn snel klaar en met wat extraas erdoor goed eetbaar. Je kunt ook zelf je maaltijden samenstellen.
Vergeet de versnaperingen voor tussendoor niet. Koek (bijv. stroopwafels, heerlijk als ze op het deksel van een hete pan zijn opgewarmd), noten (handje zoute pinda's), zuidvruchten (abrikozen bijv.), mueslirepen, etc. leveren nieuwe energie en zijn nog lekker ook. Tenslotte: sleep geen potten of blikken mee (bevatten veel water) en laat zoveel mogelijk verpakkingsmateriaal thuis (knip wel de gebruiksaanwijzingen eruit).