De sterrenweg

De sterrenweg

De “Codex Calixtinus” ziet de Camino (=weg) naar het graf van Santiago als een aardse weergave van de melkweg.

De sterrenweg

In de “Codex Calixtinus” wordt de Camino gezien als een aardse weergave van de melkweg. Volgens het boek zag Karel de Grote op een nacht “een weg van sterren. Deze begon bij de Friese Zee en liep (...) naar Galicië, waar toendertijd het lichaam van de zalige Jacobus rustte zonder dat men er van wist.” Jacobus zelf geeft dan aan Karel de opdracht om “mijn bedevaartsroute (...) te bevrijden, opdat men (..) mijn graf kan bezoeken.”
Of dit nu zo gebeurd is of niet, Karel is in elk geval nooit verder gekomen dan Zaragoza, vanwaar hij zijn befaamde terugtocht maakte via Roncesvalles.

Het geloof in heilige plaatsen is van alle tijden. Zo volgt de Camino een oude weg naar Cabo Fisterra (= de Kaap aan het Einde van de Wereld), die al door de Kelten werd gebruikt. Dáár, aan het einde van de wereld, ging de zon onder en begon het rijk van de doden èn van de wedergeboorte. Volgens sommigen volgden de Kelten op hun beurt een oude sterrenweg, die terugging naar het verdwenen rijk van Atlantis.
In de Middeleeuwen volgden veel christelijke pelgrims dit oude voorbeeld, door na Santiago verder te lopen naar Fisterra. Nu pakken steeds meer pelgrims deze oude traditie weer op.

De droom van Karel de Grote (In: de Dom van Aachen)

Codex Calixtinus 
Ook genoemd: "Liber Sancti Jacobi" (= het boek van de heilige Jacob). De Codex, vernoemd naar paus Calixtus II, dateert uit de 12e eeuw en is daarmee één van de oudste geschriften over de Camino de Santiago. Vermoedelijk is de Codex geschreven door de Franse monnik Aymeric Picaud, in Asquins, aan de voet van de heuvel van Vézelay.

Natuurlijk is er veel aandacht voor Jacobus en de wonderen die hij zou hebben verricht. De Codex maant de pelgrims ook aan tot goed gedrag en vervloekt iedereen die de pelgrims het geld uit de zak wil kloppen, zoals verklede priesters, hoeren, geldwisselaars en ... bepaalde herbergiers. Het laatste deel van de Codex is vooral een praktische reisgids voor de pelgrim. Hierin worden de vier hoofdroutes door Frankrijk en de weg door Spanje beschreven.

Codex Calixtinus

Santiago
Dat is Spaans voor: Sint Jacob. Jacob (de Meerdere) was één van de apostelen van Jezus. In de Codex Calixtinus staat dat hij in Spanje heeft gepredikt. Later is hij naar Jeruzalem teruggekeerd, waar hij als martelaar stierf. Zijn lichaam zou daarna naar Spanje zijn overgebracht om het te begraven op de plaats die later "Santiago de Compostela" wordt genoemd.
In de Codex wordt beschreven hoe het (vermeende) graf in de 9e eeuw opnieuw wordt ontdekt. Dat nieuws gaat snel rond en het wordt één van de belangrijkste bedevaartplaatsen. Behalve in Rome was er immers nergens anders in Europa een graf van een apostel.

Tijdens de herovering ("Reconquista") van het huidige Spanje op de moslims krijgt de vreedzame apostel geleidelijk een nieuwe rol, die van redder in de nood. Zijn naam wordt een strijdkreet, zijn bijnaam: "de Morendoder".
De verovering van Granada, in 1492, betekent het einde van de Reconquista. In hetzelfde jaar wordt Amerika ontdekt. Dáár strijden de Spaanse "conquistadores" (veroveraars) verder, in naam van het geloof èn van Santiago. Verschillende steden en plaatsen in Midden- en Zuid-Amerika worden naar hem vernoemd.

Daarna raakt Santiago op de achtergrond, totdat generaal Franco hem tijdens de Spaanse Burgeroorlog als schutspatroon van Spanje naar voren haalt.
De grote opleving van de Camino de Santiago komt echter pas eind jaren tachtig van de vorige eeuw. Franco is dan dood, Spanje een democratie, en de "Camino" -letterlijk en figuurlijk- een beweging van tienduizenden die er zèlf voor kiezen om op pad te gaan, vreedzaam en open voor ontmoetingen met anderen, ongeacht ras, politiek of geloof.

Santiago als Morendoder (door: Paolo di San Leocadio)
Santiago als pelgrim (Kerk Santa Marta de Tera, Spanje)